Oorsprong en katalysatoren van homofobie in de Bijbelse en kerkelijke traditie

Behoud van de identiteit van Israël onder de omringende volkeren

De God Jahweh uit het Oude Testament is jaloers. Om de Joden te beschermen tegen dagelijkse omgang met de omringende stammen, werden in de Joodse Bijbel vormen van seksueel gedrag en culinaire delicatessen (geitje in moedermelk, varkensvlees, enz.) die populair waren bij de naburige stammen verboden. Een Israëliet mocht zich niet gedragen als een heiden, voor wie seks en het nuttigen van voedsel deel uitmaakten van een magische ritus:

“U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.
Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt” (Deut. 7:3-4).

De seksuele en voedselverboden in de Joodse Bijbel vormden een etnisch-religieuze grens (een pedagogische en politieke maatregel) en geen ontologische moraal.

De legende over de ondergang van Sodom en Gomorra als zwarte PR

Het verhaal over Sodom was bedoeld om de oorsprong van de volkeren die Kanaän en Transjordanië bewoonden te verklaren (etiologische mythe). Dit is een voorbeeld van politiek gemotiveerde zwarte PR, achteraf bedacht door de auteur van het boek Genesis.

In het bijbelverhaal probeerden de inwoners van Sodom zelfs de engelen van Jahweh te verkrachten, en niet alleen de rechtvaardige Lot (Genesis 19:9):

‘Zij riepen naar Lot en zeiden tegen hem: Waar zijn die mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten, naar ons toe, zodat wij gemeenschap met hen kunnen hebben’ (Genesis 19:5).

Maar over het algemeen gaat het verhaal van Sodom niet over seks (dat is secundair), maar over collectief geweld en de afwijzing van Gods boodschappers. De hedendaagse analogie van de “zonde van de inwoners van Sodom” is niet homoseksuele liefde, maar de verkrachting van mannen in gevangenissen.

Rituele transvestie

In oude Midden-Oosterse teksten komen voorbeelden van vermomming in kleding van het andere geslacht het vaakst voor in materiaal van religieuze of juridische aard. Vanwege de connectie met andere religies wordt «verkleding» in het boek Deuteronomium een “gruwel” genoemd en is het voor de oude Joden taboe (Deut. 22:5).

Cultusprostitutie

Rituele orgieën vormden een integraal onderdeel van de culten van Kanaän en waren bedoeld om de vruchtbaarheid van het land, het vee en de mensen te verzekeren. Ook mannen uit de tempeldienst waren betrokken bij cultische prostitutie. Om de invloed van vreemde culten tegen te gaan, werd bij de oude Joden een verbod ingesteld op het binnenbrengen van de inkomsten van prostituees in de tempel:

“Er mag onder de dochters van Israël geen hoer zijn; en er mag geen schandknaap zijn onder de zonen van Israël. U mag geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE, uw God” (Deut. 23:17-18).

Het verbod op sodomie in de context van cultus en afgoderij

In het Oude Testament is er een duidelijk taboe op sodomie:

“U mag de gebruiken van het land Egypte, waarin u gewoond hebt, niet navolgen, en ook de gebruiken van het land Kanaän, waar Ik u naartoe breng, mag u niet navolgen. U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel” (Lev. 18:3,22; 20:13).

Vervolgens wordt uitgelegd waarom dit niet toegestaan is:

«U mag uzelf niet verontreinigen met al die dingen, want de heidenvolken die Ik vóór u uit ga verdrijven, hebben zich met al die dingen verontreinigd. Daarom moet u Mijn voorschriften in acht nemen en geen van die gruwelijke gebruiken die vóór u gedaan zijn, navolgen, en u daardoor niet verontreinigen. Ik ben de HEERE, uw God» (Lev. 18:24,30).

Seksuele relaties tussen twee mannen worden hier genoemd in de context van religieuze rituelen van de Egyptenaren en de inwoners van Kanaän.

En inderdaad, “sodomie werd in het oude Midden-Oosten beoefend in een rituele of magische context. Voorbeelden van sodomie komen voor in de Ugaritische mythologie” (The IVP Bible Background Commentary: Old Testament).

Sommige onderzoekers zijn van mening dat het hier gaat om rituele handelingen in tempels van vreemde goden, tempelprostitutie en cultusorgieën van de Kanaänieten. Dan gaat de tekst niet over vormen van seksualiteit, maar over heidense praktijken.

Geslachtsgemeenschap tussen personen van hetzelfde geslacht als straf van God voor afgoderij

In de Bijbel beloofde God herhaaldelijk om als straf het verstand van ongehoorzame mensen weg te nemen. In sommige gevallen dreigde Jahweh letterlijk met klinische waanzin (Deut. 28:28,34).

Maar Jahweh had nog twee andere geraffineerde manieren om ongehoorzame mensen te vernederen:

— mensen dwingen zichzelf te verontreinigen met hun eigen offers: hun eerstgeborenen offeren, “opdat zij zullen weten dat Ik de Heer ben!” (Ezechiël 20:24-26);

— «Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand (Rom. 1:26-27).

Zo worden gelijk-seksuele relaties in de Bijbel voorgesteld als een straf van God, als een vorm van waanzin.

Het verbod op sodomie in het Oude Testament als schending van genderrollen

Het is mogelijk dat het verbod om met een man te slapen ‘als met een vrouw’ betekent dat een man geen vrouwelijke positie mag innemen. In dat geval houdt het taboe op de passieve rol verband met het patriarchale idee van eer/dominantie. De schande ligt hier in de vernedering van de status van de man als dominant figuur, wat verband houdt met de kenmerken van de cultuur van het oude Midden-Oosten.

Genderhiërarchische opvattingen van antieke filosofen

De inwoners van het late Romeinse Rijk dachten in categorieën: actief/passief, spiritueel/lichamelijk, orde/chaos, vorm/materie, mannelijk/vrouwelijk. Deze categorieën werden geformuleerd door Aristoteles. In zijn hiërarchische model

is “de man van nature superieur aan de vrouw en heerst hij over haar, terwijl de vrouw ondergeschikt is”.

Als een man (in de zin van het archetypische principe) begint te handelen als een ‘ontvangend begin’, de rol van een vrouw gaat spelen (bijvoorbeeld in de vorm van seksueel gedrag), dan is dat voor Aristoteles logischerwijs in strijd met de aard der dingen: wat van nature actief is, kan niet de functie van passief vervullen.
Zo zag Aristoteles ook andere ‘vermenging van categorieën’: een slaaf die zich gedraagt als een meester, of een dier waaraan verstand wordt toegeschreven – voor hem waren dit allemaal logische inconsistenties, en niet alleen morele taboes.

Als twee volwassen, vrijgezel mannen seks hadden, dachten mensen in de oudheid dat zo’n seksuele relatie alleen voor één van de partners onnatuurlijk was, namelijk degene die ondergeschikt was. De ideeën van Aristoteles over de man als een wezen dat van nature dominant is en de vrouw als een wezen dat van nature onderdanig is, hebben hun stempel gedrukt op het orthodoxe christendom. Zo noemde de zalige Theophylact van Bulgarije anale seks in de ontvangende rol een schande voor de man:

“(De apostel) noemt degenen over wie het schandelijke wordt gedaan μαλακοὶ” (Uitleg van de Eerste brief aan de Korinthiërs).

Het verzet van de vroege kerk tegen gnostische vormen van losbandigheid

Gnostische ideeën tegen seks

De “Brief van Barnabas” is een christelijke tekst uit de 1e-2e eeuw die een aanzienlijke invloed had op het vroege christendom. In dit boek is de invloed van het gnosticisme duidelijk merkbaar. Het bijbelse verbod op het eten van hazen, hyena’s en wezels (fretten) werd door de auteur van de “Brief” aan de lezer voorgesteld als een verbod op bepaalde seksuele praktijken: seks met tieners, het wisselen van seksuele rollen en fellatio (het met de mond strelen van de penis). Deze “methode” werd later verder ontwikkeld door de presbyter Clemens van Alexandrië (+215). Op basis van Aristoteles’ categorie ‘natuur’ noemde Clement bepaalde vormen van seksuele relaties tussen mensen ‘onnatuurlijk’, bijvoorbeeld anale seks.

Gnostische exegese

De volgelingen van de gnosticus Basilides beschouwden de woorden van Christus over eunuchen (Mt 19:12) als een verwijzing naar de natuurlijke eigenschappen van mannen:

“Sommigen zijn van nature vergelijkbaar met vrouwen en volgen hun gewoonten. Zij kunnen beter niet trouwen. Zij zijn van geboorte eunuchen” (Clemens van Alexandrië. Stromata).

Seksuele rituelen van gnostici

Het ritueel waarbij mannen hun zaad proeven (eucharistische rituelen van de fibionieten, waarover Epiphanius van Cyprus vertelt) suggereert dat sommige gnostici seks beoefenden zonder bevruchting, om “het werk van de vrouw te vernietigen” (Evangelie van de Egyptenaren), waardoor conceptie en voortplanting onmogelijk werden.

Manicheïstische tendensen en een principiële afkeer van seks

Vanaf de 3e eeuw verspreidden zich in christelijke kringen de ideeën van de manicheïsten, die seksueel verlangen beschouwden als een instrument van duistere krachten. Een soortgelijke kijk op seksualiteit werd ook aangehangen door de aanhangers van Eustathius van Sebaste, wat een duidelijke invloed had op veel monniken in de 4e eeuw.

Dergelijke antisexuele ideeën droegen bij aan een verschuiving van de aandacht van de aanhangers van het vroege orthodoxisme van de sociale en religieuze dimensie van de zonde van de Sodomieten naar uitsluitend de seksuele dimensie.

Op een gegeven moment vergaten de Byzantijnse exegeten de bijbelse discussie over seksuele relaties tussen mensen en engelen (engelen en mannen van Sodom, zonen van God en dochters van mensen). Uiteindelijk kwam de interpretatie van moeilijke passages in de Bijbel neer op een veroordeling van vormen van seksualiteit.

De inwoners van Sodom werden in de eerste plaats gezien als perverselingen die zich dagelijks bezighielden met onnatuurlijke ontucht

“alleen met jongens (ὲν παισὶν ἐπεμένοντο)” (St. Johannes Chrysostomos).

Zo ontstond in de oude kerk een nieuwe mythe over de zonde van Sodom. Deze mythe week af van de oorspronkelijke bijbelse basis en ging een eigen leven leiden. De term “sodomie” ging verwijzen naar alle vormen van seksuele contacten die niet gericht waren op het voortbrengen van kinderen: buitenechtelijke relaties, seks tussen mannen, zoöfilie, anale geslachtsgemeenschap, de seksuele positie ‘vrouw bovenop’, orale seks, enz. In de late middeleeuwen verschoof de nadruk naar seksuele contacten tussen mannen.

Persoonlijke seksuele ervaringen van christelijke bisschoppen

De grootste heilige van de Westerse Kerk, de zalige Augustinus, woonde in zijn jeugd in Carthago, “waar alles om hem heen de zoetheid van verboden liefde uitstraalde”. In die tijd werd Augustinus verliefd op een jongen:

“Het was heerlijk om lief te hebben en bemind te worden, en nog meer toen ik kon genieten van het lichaam van mijn geliefde (vriend). Ik vervuilde de bron van vriendschap met de modder van wellust en vertroebelde haar glans met helse verlangens” (Augustinus Hipponensis. Confessiones III, 1).

Hun hartstochtelijke liefdesrelatie duurde een jaar, waarna de vriend van Augustinus ziek werd en stierf. Daarna had de toekomstige heilige talrijke relaties met jongens, maar deelde hij tegelijkertijd het bed met zijn concubine.

Toen hij bisschop werd, had Augustinus spijt van de seksuele uitspattingen uit zijn jeugd en verwierp resoluut de mogelijkheid van legale relaties tussen personen van hetzelfde geslacht. Augustinus’ opvattingen over seks als een “ziekelijke drang van het vlees” hadden een aanzienlijke invloed op de vorming van de christelijke leer: alle seksualiteit werd bekeken door de bril van schaamte en schuld.

Romeins recht en seculiere wetten inzake sodomie

Aan het begin van de 4e en 5e eeuw riep Johannes Chrysostomos in feite op tot het doden van sodomieten:

«Waar komt deze wellust vandaan, die de menselijke natuur beledigt, als een vijand? Ik beweer dat deze (sodomieten) erger zijn dan moordenaars, want het is beter om te sterven dan te leven na een dergelijke schande… je hebt je bestaan als man verwoest, je hebt van jezelf geen hond gemaakt, maar een dier dat nog verachtelijker is dan een hond, en je verdient het om verbannen te worden door zowel en gestenigd te worden.»

Op 6 augustus 390 werd een decreet uitgevaardigd dat werd opgenomen in de Codex Theodosianus (9.7.6):

“Allen die de schandelijke gewoonte hebben om het mannelijk lichaam te veroordelen tot het vervullen van een vrouwelijke rol… moeten boeten voor hun schuld in het wraakzuchtige vuur, in het bijzijn van het hele volk.”

In de wetgeving van keizer Justinianus werd sodomie uitgeroepen tot ‘onnatuurlijk’, gekoppeld aan Gods toorn, aardbevingen en rampen. Het werd uitgeroepen tot een misdaad die de doodstraf waardig was, omdat de staat verplicht was om zonde uit te roeien, anders zouden ‘allen’ lijden, en niet alleen de schuldigen.

Antwetenschappelijke opvattingen van de Ouden

Het archaïsche bewustzijn was gebaseerd op het idee dat mannelijk zaad beperkt was: het mocht en moest alleen worden gebruikt om kinderen te verwekken. Seks tussen personen van hetzelfde geslacht werden beschouwd als “vruchteloze zaadverspilling” en dus als een verspilling van de levenskracht van de man. Daarom werden ze gezien als iets dat de mannelijkheid ondermijnde, het lichaam en het geslacht verzwakte, en dus als sociaal gevaarlijke en verboden praktijken:

“De mens raakt zozeer zijn levenskracht kwijt door zaadlozing… dat het uitstoten van materie de gezondheid vernietigt en het lichaam ondermijnt en de krachten vermindert. Alleen getrouwde mannen mogen zaaien… Het willekeurig weggooien van zaad is volkomen onnatuurlijk” (Clemens van Alexandrië. Pedagoog 1.10).

Bovendien verwezen christelijke leraren ten onrechte naar de fysiologie van dieren (konijnen en hyena’s) om bepaalde seksuele praktijken en houdingen taboe te maken:

«Zelfs dieren mogen van nature hun zaad niet in de uitgang voor ontlasting lozen… Iedereen moet erkennen dat de natuur zelf zich verzet tegen geslachtsgemeenschap tussen mannen. Deze positie is onnatuurlijk en ontoelaatbaar» (Clemens van Alexandrië. Pedagoog).

De strijd van de katholieke inquisitie tegen sodomieten

Vanaf het einde van de 15e eeuw begon het oude wereldbeeld in Europa in te storten. Om sociale fobieën te overwinnen, was het voor de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten belangrijk om vijanden van de openbare orde op te sporen en hen publiekelijk te executeren. In die tijd waren ketters, heksen en sodomieten de ‘vijanden van het volk’. Van Augustinus via Thomas van Aquino werd in de leer van de katholieke kerk de overtuiging verankerd dat seksuele handelingen zonder de mogelijkheid van conceptie de orde van de schepping schenden (‘tegen de natuur’) en Gods grootheid beledigen. Men geloofde dat als de samenleving sodomieten tolereerde, God iedereen zonder onderscheid zou straffen door aardbevingen, pest, hongersnood en militaire nederlagen over de mensen te brengen. De executie van sodomieten werd toen gezien als ‘bescherming van de samenleving’.

De opkomst van het concept van seksuele geaardheid en homoseksualiteit

Het concept van homoseksualiteit ontstond pas heel laat, in de 19e eeuw. Eerder werden relaties tussen mannen heel anders bekeken. Gedragingen, rituelen, kussen, emotionele gehechtheid en zelfs seksuele spelletjes werden door niemand gezien als een uiting van een bepaalde seksuele geaardheid.
Het thema seksualiteit wordt in de Bijbel en de werken van de heilige vaders behandeld in het kader van oude gedragscategorieën, en niet in het kader van het moderne concept van geaardheid:

“plezier afwisselend met plezier, de liefde bedrijvend met jongens en hun vrouwen bedriegend” (Clemens van Alexandrië. Pedagoog).

De publieke moraal en kerkelijke voorschriften zagen niets schandelijks in vormen van mannelijke vriendschap en liefde (behalve anale seks). Maar in de twintigste eeuw veranderde alles. Bij elke uiting van emotionele genegenheid (kussen, omhelzingen, enz.) identificeren gewone mensen dit zonder aarzelen met de “zonde van Sodom”, in de veronderstelling dat uitingen van mannelijke vriendschap en tederheid onvermijdelijk gepaard gaan met anale seks (wat een misvatting is).

Dit werd een katalysator voor homofobie en heeft het emotionele leven van mensen sterk verarmd.

In de 21e eeuw heeft de Russisch-orthodoxe kerk deze misvatting tot haar officiële leer verklaard. In haar ‘Grondslagen van het sociale concept’ wordt de zonde van de inwoners van Sodom niet alleen gelijkgesteld aan sodomie, maar aan homoseksuele relaties in het algemeen, en dat is niet hetzelfde.

De terugkeer van miljoenen mensen uit de Stalinskampen naar de Sovjetmaatschappij

De massale terugkeer van voormalige gevangenen van de Goelag in 1953-1960 versterkte homofobie, omdat het een seksuele kastensysteem uit de gevangenis in de samenleving introduceerde, een passieve rol in seks koppelde aan het begrip ‘sociale dood’ en de cultus van harde mannelijkheid en dominantie versterkte. Dit leidde tot een Sovjetfenomeen:

een ‘homoseksueel’ was niet alleen iemand met een ‘afwijkende seksualiteit’, maar ook ‘geen man’, een minderwaardig mens, weerzinwekkend en gevaarlijk voor de samenleving.

De angst om ‘onder’ te zijn wekte afkeer voor het idee zelf op. Als gevolg daarvan werd homofobie onderdeel van het ‘normale, gezonde mannelijke bewustzijn’.

Laten we de balans opmaken

De beschrijving van de ondergang van Sodom in het boek Genesis had een politieke lading en illustreerde voor de oude Joden de wraak van Jahweh voor collectief geweld en poging tot verkrachting van engelen. In de boeken van het Nieuwe Testament ligt de nadruk niet op seks, en wordt de afwijzing van Jezus door de Joden voorgesteld als een zwaardere zonde dan die van de inwoners van Sodom.

Het verbod in het boek Leviticus om met een man te slapen alsof het een vrouw is naar alle waarschijnlijkheid een etnisch-religieuze barrière, bedoeld om de Joden te scheiden van de omringende stammen, waar verschillende vormen van seksueel gedrag werden beoefend in cultusrituelen (waaronder mannelijke prostitutie in tempels). Dit geldt ook voor het verbod op het dragen van kleding van het andere geslacht, wat gebruikelijk was in sjamanistische rituelen om te communiceren met geesten uit een andere sfeer (de hemel of de aarde).

Vanaf de 2e eeuw n.Chr. namen de anti-familiale tendensen in de vroege kerk toe. Dit werd bevorderd door de verspreiding van gnostische en manicheïstische ideeën, evenals monastieke ideeën over seksuele onthouding. In deze sfeer werd het verhaal over de vernietiging van Sodom uitsluitend in seksuele termen geïnterpreteerd.

Het verbod op mannelijke cultusprostitutie in het boek Deuteronomium verloor voor de heilige Cyrillus van Alexandrië elke religieuze betekenis en werd door hem geïnterpreteerd in termen van wellust en winstbejag.

In de 4e eeuw begonnen christelijke bisschoppen te fantaseren dat de inwoners van Sodom voortdurend seksuele relaties hadden met jongens. Tot de categorie van de zonde van Sodom werden alle vormen van seksualiteit gerekend die het verwekken van kinderen uitsloten, zelfs de seksuele houding “de amazone” (een verwijzing naar de incest van Lot met zijn dochters).

De metafoor van Heraclitus over de verhouding tussen natuur en ethiek vond zijn weerklank in de werken van Aristoteles, drong door in de intertestamentaire literatuur en vervolgens in de boeken van het Nieuwe Testament. Onder verwijzing naar de ‘natuur’, die de bedoeling van de Schepper weerspiegelt, gebruikten de heilige vaders van de 4e eeuw vaak het begrip ‘onnatuurlijke’ seksuele gedrag. Omdat ze weinig verstand hadden van de fysiologie van dieren, putten ze inspiratie uit antieke beschrijvingen van de levende natuur en redeneerden ze over hoe “ongemakkelijk” en “onaangenaam” vormen van seksualiteit in de mensenwereld waren.

De omkering van sociale rollen (een vrouw in een actieve positie of een man in een passieve positie) werd door de heilige vaders van de oude kerk beschouwd als het grootste kwaad. Hun aandacht ging niet uit naar homoseksuele liefde, maar naar de verandering van de status van de man van ‘dominant’ naar ‘ondergeschikt’.

Schaamte, schande, rebellie, waanzin en vernedering – alleen deze termen werden door de bisschoppen van de oude kerk gebruikt om sodomie te beschrijven. Hun standpunt vormde de basis voor de toenemende homofobie in christelijk Europa in de daaropvolgende eeuwen en tot op de dag van vandaag. Dezelfde logica komt tot uiting in de gevangenispraktijk van verkrachting van mannen. In criminele subculturen verliest het slachtoffer van dergelijk geweld zijn sociale status en wordt hij een “minderwaardig mens”, buiten de kring van “gerespecteerde” gevangenen. Het is een instrument van sociale controle en bestraffing.

In zijn beschouwingen over de seksuele omgang van de inwoners van Sodom was Johannes Chrysostomos ontzet over hun rebellie tegen ‘de natuur van de mens’. Johannes Chrysostomos vergeleek hetzelfde geslacht seks met het gedrag van gekken, die gekker zijn dan honden. Deze bisschop van Constantinopel vond dat sodomieten de dood verdienden:

Deze (sodomieten) zijn erger dan moordenaars, want het is beter om te sterven dan te leven na zo’n schande… Je hebt je bestaan als man verwoest, je hebt jezelf tot een dier gemaakt dat verachtelijker is dan een hond, en je verdient het om verbannen en gestenigd te worden.

Vanaf dat moment begonnen christelijke keizers sodomieten te executeren, uit angst voor Gods toorn en een herhaling van de straf van Sodom in het Romeinse Rijk.

De strengheid van de zalige Augustinus ten aanzien van elke vorm van seks, als een “ziekelijke drang van het vlees”, werd waarschijnlijk veroorzaakt door zijn persoonlijke ervaring met het overwinnen van zijn liefde voor jongens. Helaas werd seks in de christelijke cultuur door toedoen van de heilige Augustinus gezien als iets walgelijks en beschamends. Net als Johannes Chrysostomos dreigde Augustinus sodomieten met Gods straf:

“Onnatuurlijke zonden, zoals sodomie, hebben altijd en overal afkeer gewekt en werden als strafbaar beschouwd” (Augustinus van Hippo. Belijdenissen. III).

Later werd de vervolging van sodomieten versterkt door de katholieke inquisitie, die “vijanden van het volk” opspoorde en hen ter dood bracht.

We zien iets soortgelijks in de geschiedenis van de Sovjet-Unie. In 1933 was het Sovjetleiderschap geobsedeerd door het opsporen van “vijanden van het volk” en spionnen. Op een gegeven moment werden homoseksuelen tot zondebok gemaakt. Ze werden beschuldigd van het opzetten van ‘spionagenetwerken’ en bijeenkomsten die ‘door de autoriteiten als contrarevolutionair of zelfs hitleriaans werden bestempeld’. In 1934 voerde Stalin de recriminalisering van mannelijke homoseksualiteit in in het kader van de propagandastrijd tussen fascisme en communisme. Maxim Gorki riep toen de slogan

“Vernietig homoseksuelen – dan verdwijnt het fascisme”.

De massale terugkeer van voormalige gevangenen uit de Goelag versterkte ook de afkeer van de ‘passieve’ rol van de man en van homoseksualiteit in het algemeen. De ervaringen in de kampen en de staatsrepressie versterkten elkaar:
— de staat strafte (Strafwetboek van de RSFSR, artikel 121);
— de straatcultuur is vol met homofobie;
— de gevangeniscultuur gaf uiting aan minachting (een passieve man is geen partner, maar een ‘verachte’, ‘minderwaardige’ sociale outcast).

Als gevolg daarvan werd homofobie onderdeel van het ‘normale, gezonde mannelijke bewustzijn’ van de Russische samenleving.

In de 21e eeuw heeft de Russisch-orthodoxe kerk homoseksualiteit officieel gelijkgesteld aan sodomie, waarmee ze brak met de bijbelse benadering en de patristische antropologie.

In de ontstane sfeer van angst staan Russen wantrouwend tegenover elke uiting van tederheid tussen mannen, wat het emotionele leven van mensen aanzienlijk verarmt.

Literatuurlijst

  1. John H. Walton, Victor H. Matthews, Mark W. Chavalas. The IVP Bible Background Commentary: Old Testament. — InterVarsity Press, 2000.
  2. De bijbel als mythe: opgravingen vertellen een ander verhaal. Synthese Uitgeverij b.v., 2006
  3. Dan Healey. Homosexual Desire in Revolutionary Russia: The Regulation of Sexual and Gender Dissent. — University of Chicago Press, 2001.
Добавить комментарий

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: